wazige foto’s

Telefoon maakt ineens wazige foto’s?

Maakte je smartphone eerst scherpe foto’s, maar zijn de beelden opeens wazig? Dan hoeft de camera niet direct kapot te zijn. Een vettige cameralens, een verkeerd gekozen scherpstelpunt, digitale zoom of een storing in de camera-app kan al voldoende zijn om onscherpe foto’s te veroorzaken.

Wanneer een telefoon ineens wazige foto’s maakt, is het verstandig om de mogelijke oorzaken in een vaste volgorde te controleren. Zo voorkom je dat je instellingen verandert of reparaties laat uitvoeren terwijl het probleem eenvoudig op te lossen is.

Maak eerst de cameralens goed schoon

De cameralens van een smartphone wordt gemakkelijk vies. Je houdt de telefoon meerdere keren per dag vast en stopt hem in een broekzak, jaszak of tas. Hierdoor kunnen vet, stof en kleine vuildeeltjes op het glas terechtkomen.

Een vettige lens zorgt niet altijd voor een volledig onscherpe foto. Je kunt ook last krijgen van een lichte waas, minder contrast of opvallende strepen rond lampen. Vooral bij fotografie in het donker valt een vervuilde lens snel op.

Maak de lens voorzichtig schoon met een schone microvezeldoek of een zacht brillendoekje. Gebruik liever geen stuk keukenpapier, kleding of een ruwe doek. Deze materialen kunnen vuil over het glas verplaatsen en in het slechtste geval kleine krasjes veroorzaken.

Controleer na het schoonmaken direct of de camera weer scherpe foto’s maakt. Open de camera-app en fotografeer bij voldoende daglicht een stilstaand voorwerp met duidelijke details.

Controleer of het telefoonhoesje voor de lens zit

Een telefoonhoesje kan verschuiven of niet helemaal goed aansluiten. Daardoor kan een rand van het hoesje gedeeltelijk voor de camera komen. Ook vuil tussen het hoesje en de telefoon kan rondom de lens blijven zitten.

Verwijder het hoesje tijdelijk en maak opnieuw een foto. Controleer daarnaast of er een beschermglas over de camera is geplaatst. Een beschadigde of slecht aangebrachte lensbeschermer kan de beeldkwaliteit zichtbaar verminderen.

Let vooral op de volgende problemen:

  • een hoesje dat gedeeltelijk over een cameralens valt;
  • condens of stof onder een lensbeschermer;
  • een gebarsten camera­beschermer;
  • lijmresten rond het cameraglas;
  • reflecties die alleen met het hoesje zichtbaar zijn.

Worden de foto’s zonder hoesje of lensbeschermer weer scherp, dan ligt het probleem waarschijnlijk niet aan de camera zelf.

Tik op het onderwerp om scherp te stellen

Een smartphone probeert meestal automatisch te bepalen welk deel van het beeld scherp moet zijn. Dat gaat niet altijd goed. De camera kan bijvoorbeeld scherpstellen op de achtergrond terwijl je juist een persoon of voorwerp op de voorgrond wilt fotograferen.

Tik voordat je de foto maakt op het onderwerp dat scherp moet worden. Op het scherm verschijnt meestal een vierkant, cirkel of ander scherpstelsymbool. Wacht een kort moment totdat de camera de scherpstelling en belichting heeft aangepast en druk daarna pas op de ontspanknop.

Bij veel telefoons kun je het scherpstelpunt vastzetten door het scherm iets langer ingedrukt te houden. Dit is handig wanneer de camera steeds opnieuw naar een ander deel van het beeld springt.

Ga niet te dicht bij het onderwerp staan

Iedere cameralens heeft een minimale scherpstelafstand. Houd je de telefoon te dicht bij een onderwerp, dan kan de camera niet meer correct scherpstellen. Dit gebeurt vaak bij het fotograferen van sieraden, bloemen, kleine teksten, insecten of details van producten.

Beweeg de telefoon enkele centimeters naar achteren en probeer opnieuw scherp te stellen. Beschikt je smartphone over een speciale macrostand, dan kun je deze gebruiken voor onderwerpen die van dichtbij worden gefotografeerd.

Sommige telefoons schakelen automatisch over naar een macrocamera. Die automatische omschakeling kan zichtbaar zijn doordat het beeld kort verspringt. Controleer of de juiste lens wordt gebruikt en probeer de macrostand eventueel handmatig aan of uit te zetten.

Controleer of slechts één camera wazig is

Moderne smartphones hebben vaak meerdere camera’s. Denk aan een hoofdcamera, groothoekcamera, telelens en macrocamera. Het is mogelijk dat slechts één van deze camera’s onscherpe beelden maakt.

Maak daarom afzonderlijke testfoto’s met de beschikbare zoomstanden. Gebruik bijvoorbeeld:

  • de groothoekstand, zoals 0,5x;
  • de normale hoofdcamera op 1x;
  • de telecamera op 2x, 3x of 5x;
  • de camera aan de voorkant.

Zijn alleen foto’s met één specifieke stand wazig, dan kan er een probleem zijn met die afzonderlijke lens of camerasensor. Zijn alle camera’s onscherp, dan ligt de oorzaak eerder bij de instellingen, software, beweging of omstandigheden tijdens het fotograferen.

Vermijd digitale zoom

Wanneer je op het scherm ver inzoomt, gebruikt de telefoon niet altijd een echte zoomlens. Bij digitale zoom wordt een deel van het beeld uitvergroot. Hierdoor gaan details verloren en kan de foto wazig of korrelig lijken.

Probeer dezelfde foto zonder inzoomen te maken. Loop waar mogelijk zelf iets dichter naar het onderwerp toe. Je kunt de foto achteraf bijsnijden, maar ook daarbij neemt de zichtbare kwaliteit af wanneer er te weinig beeldinformatie beschikbaar is.

De vaste zoomknoppen in de camera-app geven vaak aan welke camera’s daadwerkelijk aanwezig zijn. Tussenliggende zoomstanden kunnen een combinatie van optische en digitale vergroting gebruiken.

Houd de telefoon stabiel tijdens het fotograferen

Bij weinig licht gebruikt een smartphone meestal een langere sluitertijd. De camera heeft dan meer tijd nodig om voldoende licht op te vangen. Een kleine beweging van je handen kan hierdoor al onscherpte veroorzaken.

Houd de telefoon met twee handen vast en plaats je ellebogen indien mogelijk tegen je lichaam. Je kunt de telefoon ook tegen een muur, tafel of ander stevig oppervlak laten rusten.

Druk rustig op de ontspanknop en beweeg de telefoon niet direct nadat je de foto hebt gemaakt. Bij een nachtmodus worden soms meerdere beelden achter elkaar opgenomen. Tijdens die opname moet de smartphone enkele seconden zo stil mogelijk worden gehouden.

Controleer of het onderwerp beweegt

Niet alleen de telefoon kan bewegen. Ook het onderwerp kan onscherp worden wanneer het tijdens de opname van plaats verandert. Dit gebeurt vaak bij kinderen, huisdieren, sporters en voertuigen.

Fotografeer bewegende onderwerpen bij voldoende licht. Hoe meer licht beschikbaar is, hoe gemakkelijker de camera een korte sluitertijd kan gebruiken. Sommige camera-apps hebben een sportstand, actiestand of burstfunctie waarmee snel meerdere foto’s achter elkaar worden gemaakt.

Bij een burstserie kun je achteraf de scherpste opname selecteren. Houd er wel rekening mee dat niet iedere telefoon de burstfunctie op dezelfde manier activeert.

Sluit de camera-app volledig af

Een tijdelijke fout in de camera-app kan ervoor zorgen dat de autofocus niet goed reageert. Sluit de app volledig af via het overzicht met geopende apps en start hem daarna opnieuw.

Helpt dit niet, start de telefoon dan opnieuw op. Hiermee worden tijdelijke processen afgesloten en worden onderdelen van het camerasysteem opnieuw geladen.

Controleer vervolgens of het probleem ook voorkomt in een andere app die de camera gebruikt. Maak bijvoorbeeld een foto met de standaard camera-app en daarna met een berichtenapp. Is het beeld slechts in één app wazig, dan ligt het waarschijnlijk aan die app of aan de instellingen daarvan.

Controleer de resolutie en beeldverhouding

In de camera-instellingen kun je vaak kiezen uit verschillende resoluties en beeldverhoudingen. Een lage resolutie bevat minder beeldpunten en kan daardoor minder scherp lijken, vooral wanneer je de foto vergroot.

Zet de camera voor een test op de normale fotoverhouding en een hoge resolutie. De standaardverhouding van de camerasensor levert doorgaans de meeste bruikbare beeldinformatie op. Een brede schermverhouding kan een deel van de oorspronkelijke foto afsnijden.

Let ook op speciale standen met zeer hoge megapixelaantallen. Deze kunnen bij voldoende daglicht veel details vastleggen, maar leveren in donkere omstandigheden niet automatisch een betere foto op.

Zet filters en portretmodus tijdelijk uit

Een filter, schoonheidsstand of portretmodus kan delen van een foto bewust zachter maken. Bij portretfoto’s wordt de achtergrond kunstmatig vervaagd. Wanneer de software de randen van het onderwerp niet goed herkent, kunnen ook haren, kleding of delen van het gezicht wazig worden.

Maak daarom een testfoto in de gewone fotostand, zonder filter of andere effecten. Controleer ook of gezichtsverzachting, huidcorrectie of automatische retouchering is ingeschakeld.

Wanneer alleen foto’s van personen zacht of wazig lijken, is de kans groot dat een schoonheidsfilter of portretinstelling actief is.

Installeer beschikbare software-updates

De camera van een telefoon wordt voor een groot deel door software aangestuurd. Fabrikanten kunnen via updates problemen met autofocus, beeldverwerking en camerastabilisatie verbeteren.

Controleer bij de instellingen van je telefoon of er een systeemupdate beschikbaar is. Werk daarnaast de camera-app bij wanneer deze afzonderlijk via de appwinkel wordt aangeboden.

Ontstond het probleem juist direct na een update, controleer dan eerst of opnieuw opstarten helpt. Soms worden na een software-update nog processen op de achtergrond uitgevoerd die tijdelijk invloed kunnen hebben op de prestaties.

Herstel alleen de instellingen van de camera-app

Verkeerde camera-instellingen zijn niet altijd gemakkelijk terug te vinden. Veel camera-apps hebben daarom een optie waarmee je alleen de camera-instellingen kunt herstellen.

Hierbij worden normaal gesproken geen foto’s verwijderd. Wel kunnen persoonlijke voorkeuren, filters, gekozen resoluties en aangepaste camerastanden worden teruggezet naar de standaardwaarden.

De precieze naam van deze functie verschilt per merk. Zoek in de camera-app naar een optie zoals:

  • instellingen resetten;
  • standaardinstellingen herstellen;
  • camera-instellingen terugzetten;
  • reset camera settings.

Controleer de camera op condens

Na een snelle temperatuurwisseling kan condens ontstaan. Dit kan gebeuren wanneer je vanuit de kou een warme ruimte binnenkomt of wanneer de telefoon in een vochtige omgeving is gebruikt.

Condens aan de buitenkant van het cameraglas kun je voorzichtig met een zachte doek verwijderen. Zit de waas zichtbaar achter het glas, gebruik de telefoon dan niet onnodig in een vochtige ruimte en laat het toestel op natuurlijke wijze drogen.

Gebruik geen föhn, oven, verwarming of andere sterke warmtebron. Te veel warmte kan de batterij, afdichtingen en andere onderdelen beschadigen.

Wanneer kan de camera van de telefoon beschadigd zijn?

Blijven de foto’s wazig nadat je de lens, instellingen en software hebt gecontroleerd? Dan kan er sprake zijn van een technisch probleem. De autofocus of optische beeldstabilisatie kan bijvoorbeeld beschadigd raken na een val of harde stoot.

Mogelijke aanwijzingen voor een defect zijn:

  • de camera blijft voortdurend heen en weer scherpstellen;
  • het camerabeeld trilt terwijl je de telefoon stilhoudt;
  • je hoort een tikkend of ratelend geluid bij de camera;
  • één cameralens blijft altijd wazig;
  • er is vocht of condens achter het cameraglas zichtbaar;
  • het cameraglas is gebarsten of diep bekrast;
  • de camera stelt ook bij goed daglicht niet meer scherp.

Maak voordat je het toestel laat onderzoeken enkele testfoto’s met iedere beschikbare camera. Noteer ook sinds wanneer het probleem aanwezig is en of de telefoon kort daarvoor is gevallen, nat is geworden of een software-update heeft ontvangen. Deze informatie kan helpen om de oorzaak sneller te vinden.

Kan een wazige foto achteraf nog scherp worden gemaakt?

Een licht zachte foto kan met fotobewerking soms iets scherper worden gemaakt. Veel fotobewerkers hebben functies zoals scherpte, details, structuur of helderheid. Gebruik deze instellingen voorzichtig, omdat te veel verscherping zichtbare randen en een onnatuurlijk resultaat kan veroorzaken.

Een foto waarop verkeerd is scherpgesteld, kan achteraf meestal niet volledig worden hersteld. Bewerkingssoftware kan extra contrast rond details toevoegen, maar kan ontbrekende scherpte niet altijd terughalen.

Bij belangrijke momenten is voorkomen daarom beter dan herstellen. Controleer direct na het maken van de foto of het belangrijkste onderwerp scherp is. Zoom kort in op het beeld om ogen, tekst of kleine details te bekijken voordat het moment voorbij is.

Reacties

Nog geen reacties. Waarom begin je de discussie niet?

Geef een reactie